Soms bellen mensen mij op: ‘U bent toch, eh… goochelaar? Mag ik dat zo zeggen?’

‘Dat mag u zeggen, want dat ben ik’, zeg ik dan. Het is gek, maar soms denken mensen dat ‘goochelaar’ een scheldwoord is.
Of in ieder geval niet netjes, zoals je iemand met een beperking eigenlijk geen gehandicapte meer mag noemen.
‘Goochelaar’: mensen zien het niet als compliment.

En dat terwijl een goochelaar juist een bijzondere kunst beheerst. Een goochelaar is vingervlug en meester in het afleiden.
Maar terwijl een goochelaar zijn publiek vermaakt en verwondert, denken mensen bij goochelen aan sjoemelen en verdoezelen. Waarom?

We kennen allemaal de uitdrukking ‘goochelen met cijfers’ – en die betekent nooit veel goeds.
De baas van Volkswagen goochelde bijvoorbeeld met de uitstoot van auto’s. Ook bankdirecteuren en politici goochelen wat af.
Het is alsof ik er de laatste jaren ineens een hele nare groep collega’s heb bijgekregen. Gelukkig komen ze nooit naar de maandelijkse clubavond van goochelaars bij Gonga.

Waarom noemen we wat zij doen goochelen? Ik denk omdat zij ook dingen laten verdwijnen die er eerst nog waren.
Geld bijvoorbeeld: ‘hocus pocus pilatus pas’, en ineens is het weg.

Ik laat geen geld verdwijnen – en zeker niet in mijn eigen zak. Ook niet om een Maserati of een Austin Martin van te kopen, helaas.
Opvallend weinig goochelaars rijden rond in Maserati’s. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn. Sjoemelaars rijden wel in Maserati’s,
goochelaars niet. Ik poseer alleen naast de Austin Martins van mijn opdrachtgevers en laat voor
de ogen van het publiek eigenlijk alleen geld verschijnen.

Austin Martin

Goochelaar klinkt misschien ook niet zo stoer. In het Engels is klinkt het veel ‘cooler’: ‘he’s a magician’.
En noem je jezelf dan ‘Dynamo:  magician impossible’, dan klinkt het al helemaal goed. ‘Dynamo: goochelaar van het onmogelijke’,
tja, dat is het toch nét niet.

Goochelaars in Nederland wringen zich in allerlei bochten om zich maar geen goochelaar te hoeven noemen.
Maar geloof mij: al die illusionmasters, magicwonderperformers of über-miraclemakers zijn ook gewoon goochelaars, hoor.

Illusionist noem ik mezelf soms wel: dat klinkt al een stuk stoerder. En het klopt ook wel: ik creëer illusies met mensen en
de gedachten van mensen. Maar dan zonder wapperende haren en danseressen, en gewoon aan tafel.

‘Jij doet toch aan tafel trucs met kaarten en gedachten lezen? Hoe moet ik dat noemen?’

Tafelgoochelen. Of vooruit: tablemagic, als je van Engels houdt. I’m a  goochelaar and I’m proud of it!